Deze weken heb ik het gevoel dat ik nogal (en eigenlijk alleen maar) achter de feiten aanloop. Eerst is bijna iedereen ziek, dan is er een hele berg huishouden in te halen. Ik wil alles goed doen en overal genoeg tijd aan besteden en die balans houden die er was. Maar er is geen balans. Er is een stapel was die ik weg wil werken, er is een lieve dochter die volgende week haar eerste schooldag start en spullen nodig heeft. Er zijn koeien die over een paar dagen naar buiten moeten. En er is nog 14 uur aan gaas knippen nodig om bomen te beschermen, voordat diezelfde koeien buiten tussen die bomen gaan lopen. Er is drukte. En dan is er nog een nieuwe kat, die de eerste dagen niet wil eten en naar de dierenarts moet (alles is weer goed gelukkig!). En ik kom niet meer van het gevoel af dat ik het druk heb. En dat zorgt natuurlijk helemaal niet voor minder stress.

Dus hoe kom ik van het gevoel af dat ik het druk heb? Want ik heb het helemaal niet druk. Ik heb veel te doen, maar in theorie genoeg dag om mijn dingen in te richten. Ik moet dit kunnen zonder druk. Ik moet dit kunnen zonder stress. En daar gaat het natuurlijk mis. Ik moet. Ik moet iets. Ik moet alles. En dat ga ik nu dus even heel hard omgooien.

Ik moet namelijk helemaal niets. Ik heb dit allemaal zelf bedacht. Ik heb de dingen gekozen die ik leuk vond om te doen. Ik wil zoveel mogelijk zorgen voor de kinderen. Ik wil mijn boer helpen met gaas knippen. Ik wil mijn huis lekker opgeruimd hebben. En ik wil heel graag een lieve kat uit het asiel een nieuw thuis geven. En zo wil ik nog wel meer. Ik wilde, dus ik bedacht mogelijkheden.

Dus ik heb de controle. De dingen gaan geen controle over mij hebben. Dat laatste resulteert namelijk in stress en het gevoel ervaren dat ik het druk heb. Dat eerste niet. Ik heb controle. Ik heb dit bedacht, dus ik heb volledig de macht om dit tot een goed einde te brengen en het gaat me lukken ook. Daar hoef ik geen stress voor te hebben, want ik weet precies wat ik aan het doen ben. Ziek zijn is oké. Daarna even niet helemaal in balans zijn en een achterstand inhalen is prima. Maar ik hoef daarbij geen druk te ervaren, want de controle is aan mij.

Het huis was binnen een paar dagen al weer op orde (zie je wel, dat kan ik) en die kat ligt nu heerlijk naast me, te chillen op een warm kleed met een buikje vol met eten. Ik heb zelfs al weer een rol gaas geknipt en die nieuwe rol kan ik ook wel aan. Mijn kinderen zijn naar hun paasontbijt geweest. Ik heb ze daar naartoe gebracht en weer gehaald. Het avondeten was weer top en vol met groentes. En we hebben allemaal gelachen vandaag. Ik loop niet achter de feiten aan. Ik kan zelfs nog bloggen en dan op de bank neerploffen met een goed boek. Laat je niet gek maken door je eigen gedachten, laat je niet gek maken door stress. Jij hebt dit onder controle. Jij kan dit aan.