Lange tijd geleden, toen de serie net op Netflix stond was ik best wel enthousiast. Ik wilde Marie kondo’s opruimmethode ook proberen! 3 avonden lang zaten we samen naar dat programma te kijken, waarin ik opruim inzichten verkreeg die ik nooit eerder had. Overal bakjes, kleding wegdoen en het bedanken, de papier opruimsystemen, ik dacht dat dit iets was. Was ik maar zo opgeruimd, dacht ik toen. Dat moet mij ook lukken. En niet eens een week later stond ik dan in de Action met al die bakjes. Maar welke formaten dan? En wat moet dan waarin? En zo gingen thuis mijn lades vol met bakjes en spulletjes erin. En het zag er nog opgeruimd uit ook. Wauw wat een inzichten. Mijn leven zou zo vast wel 80 keer verbeteren.

Ik help je uit de droom

Maar ik help je uit die droom. Marie kondo doet het hier niet goed. Al snel werd het nogal een ding dat opgeruimd houden en alles netjes in die bakjes doen. Ik ben van nature echt een rommelkont. Ik hou van spulletjes in kastjes smijten, there I said it! En wat ik ook probeer, ik ben geen Marie Kondo.

Van opgeruimd hou ik wel, maar dan achter deurtjes. Niks op de grond, geen volle tafels. Alles lekker schoon. En alles wat ik bewaar is niet veel. Op dat gebied ben ik dan weer wel goed bezig. Maar misschien meer minimalistisch. Alle ‘rommelspullen’ in mijn kastjes zijn wel echt bruikbaar. Maar geordend? Nee.

En de meeste van mijn opruimsystemen zijn helemaal NIET logisch. En daar lachen al mijn vrienden al jaren om. Mijn keukenkastjes zijn daar een goed voorbeeld van. Niemand kan er snel vinden wat ze zoeken. Ik moet zoveel moeite doen voor logische indelingen. Mijn hoofd zegt niet ‘borden moeten bij nog meer borden’.

Sorteren, hoe dan?

Ik categoriseer heel anders. Er is altijd zomaar één voorwerp aanwezig dat er op het eerste oog niet bijhoort, maar voor mij wel. De ovenwanten liggen bij de snijplank en de gourmettespiesjes, want die categoriseer ik als ‘platte en lange voorwerpen’. De snijplank die dus niet lang is, ligt in een ander kastje.

Thee naast koffiefilters (oke dat is normaal) naast een pak havermout, want ik sorteer hier op ‘kartonnen pakken’ blijkbaar. Maar als je dan gaat ontbijten en je zoekt de havermout, dan vind je hem niet in het broodkastje. Daar staat wel brood, zoet beleg en broodbakmeel. Geen rijstwafels, die staan zomaar tussen de koeken (ronde vormen?).

De grote dingen die mis gaan kan ik niet eens vertellen, want ik zie ze niet. Voor mij is het logisch, voor Marie Kondo geloof ik niet. En dan heb ik het nog niets eens over onze knutselkast, mijn creakast, allerlei andere laden waar ik echt alles door elkaar smijt. Ja, mijn keuken is wel zo ongeveer opgeruimd. Alles zit naast elkaar in kastjes, het hoort alleen niet bij elkaar. Wat de andere lades in huis betreft, ik heb dat van Ikea geleerd. Een opgeruimd huis begint bij meubels waarin je het weg kunt stoppen. Dichte kasten, veel ruimtes die je niet ziet. Dus ‘hoppa’ kastje in, deurtje dicht en opgeruimd. Ik heb niet opgelet hoe dat in die kastjes moet.

Een lesje van Ikea

En zo kwam ik erachter dat ik het niet kan. Ik kan mijn kleding niet oprollen tot kleine rolletjes en vol genoegen naar die rolletjes in een la kijken. Ik wil alles uitvouwen om te voelen of ik het wil dragen die dag, waarna ik het terug smijt en het volgende uitrol. Waarna ik alles weer terug op moet rollen. Waarna ik besluit dat ik het beter gewoon niet gevouwen kan laten liggen.

Nee, Marie Kondo kan ik niet. Ik vind het wel heel knap van anderen. Maar ik ben gewoon een rommelkont en zolang die rommel niet zichtbaar is wanneer je door het huis loopt dan mag ik al heel blij zijn. Ik ben al zoveel stappen verder in mijn leven. Dus ik koop gewoon veel meubels met dichte deuren en lades. Dan lijkt het toch een beetje alsof ik Tidying up heb toegepast. Zolang ik maar Ikea meubels koop, waarachter ik alles kan verstoppen komt het goed.

Ps. Mijn boeken staan wel mooi op kleur en dat is al een pluspunt toch?