Toen ik klein was, was dit al één van die onderwerpen die heel vaak terug kwamen. De vraag; wat wil je later worden? Ik wist nooit goed wat ik moest met die vraag, toen al niet. Wat voor werk wil je later doen? Is een hele belangrijke vraag in onze cultuur. Ik wilde wel van alles doen later en van alles worden, maar ik vond het toen al moeilijk om mij vast te houden aan één ding, alsof dat alles was wat ertoe deed.

Je hebt mensen die weten meteen al wat ze willen worden in het leven en je hebt mensen die weten dat niet. Ik hoor zeker weten bij de laatste groep. Soms wilde ik kinderboekenschrijfster worden, andere dagen ballerina. En weer andere dagen gewoon blij en gelukkig(meestal dat). Ik wist niet wat ik met die vraag moest.

En toen ik opgroeide en deze vraag steeds serieuzere vormen aan begon te nemen, begon ik juist meer en meer niet meer zo goed te weten wat ik dan moest antwoorden. Het leek niet helemaal te passen bij wat ik wilde. Ik gaf vaak als antwoord dat ik SPH wilde gaan studeren, omdat dat me werd aangeraden. Maar echt voelen deed ik het niet. Uiteindelijk studeerde ik af aan de Pabo, en hoe trots ik daar ook op was, ik had niet mijn droombaan gevonden.

Ik wil het onderwijs niet in

En toen kwam ik erachter dat het niet helemaal sociaal correct leek om niet meteen keihard aan de slag te willen in het onderwijs. Ik wilde wel werken, maar ik wilde niet in de overhaaste race stappen, waarin we van huis naar werk gaan en weer terug en zoveel van daarbuiten missen. Na mijn studie, en een half jaar waarin ik letterlijk ziek was van mezelf totaal voorbij lopen(ziekte van pfeiffer), kreeg ik een besef. Ik kwam erachter dat ik andere belangen had in het leven en dat ik wat dichter bij nature wilde leven dan mogelijk was op de plek waar ik woonde. Zeker nadat ik had gezien hoe belangrijk gezondheid is. Ik had heel veel bewondering voor iedereen die groen leefde, aan de slag ging op het platteland en vooral een beetje terug naar de basis het leven daarbuiten leefde. In de klas is altijd binnen.

Het kan ook groener

Pas later in mijn leven kwam ik erachter dat er meer mensen waren zoals ik, die iets groener waren en iets meer bewust wilde leven. Hier en nu. Mensen die niet hun droombaan op kantoor voor zich zien, maar mensen die hele andere dingen voor zich zien en voor elkaar willen krijgen in het leven. Niet de grootste auto, de best betaalde baan, maar leven met dieren en bossen om je heen. De natuur in. Niet naar de sportclub, maar buiten rennen. En dat soort dingen.

Ik had zulke ideeën ook. Ik wilde niet die ene droombaan bemachtigen. Ik wilde zolang mogelijk proberen gezond te zijn en ik wilde zoveel mogelijk geluk uit het leven halen. Ik wilde moeder worden en voor mijn kinderen zorgen en hun zoveel mogelijk zien opgroeien. Ik wilde leven, ademhalen, de wind en zelfs de regen voelen en alles zo goed als ik kan in mij opnemen. Ik wilde zoveel mogelijk natuur ‘voelen’, buiten zijn en dingen van de wereld zien.

Terug naar de basis, back to nature!

En er zijn er meer. Het zijn die mensen die off gridd gaan leven in tiny houses. Het zijn mensen die hun baan vaarwel zeiden, om een wereldreis te maken. En het zijn mensen die net als ik, niet zo’n droombaan voelen. Het zijn ook mensen die van kantoorbaan, naar het boerderijleven gingen om zo meer verbondenheid met de natuur te vinden. Of mensen die een boerderij kochten in het buitenland om daar hun lang gekoesterde dromen uit te laten komen, overleven van je eigen producten en deze ook verkopen op de markt (ik bezocht zo’n heel tof stel in Duitsland). Het kan allemaal.

Ik voel dat hard werken nog de standaard is, en niet hard leven. En misschien mag daar langzaamaan best wel eens verandering in komen. Ik denk dat het ‘oké’ is als we wat rustiger doen in ons werkleven en dat het oké is om de lat iets lager te leggen. Ik denk dat het helemaal geen slecht idee is om wat meer te genieten van het leven en van alles dat daar buiten is. Een klein beetje dichter bij jezelf en hopelijk wat verder weg van overwerkt zijn.